Vrijheid in het hospice

Een hospice is voor veel mensen iets waar ze nooit hopen te komen. Het staat gelijk aan een plek waar alleen maar mensen doorgaan. En in de kern is dat ook waar het voor is bedoeld. Zelf ben ik elke week een dagdeel in een hospice, mijn hospice merk ik dat ik wil zeggen. En ik merk ook dat het voor mij een van de prettigste plekken is om te zijn.

Fijn voor bewoners en vrijwilligers

Natuurlijk is het anders om er als vrijwilliger rond te lopen dan als bewoner of gast van een bewoner. Maar het mooie is dat ik al van zoveel bewoners en gasten heb gehoord dat ook zij zich zo fijn voelen bij ons. In ieder geval veel beter dan ze ooit gedachten hadden dat het kon zijn in dit stadium van hun leven.

Wat maakt het hospice een fijne plek?

Waar komt dat door? Ik denk dat het aan allerlei factoren ligt. Ten eerste is ons hospice een prachtige plek: rustig met een warme sfeer, mooie schilderijen en meubels. Ook heeft elke bewoner een eigen kamer en badkamer die van alle gemakken zijn voorzien en die ieder naar eigen goeddunken mag aanpassen. Zelfs een eigen, afgeschermd terrasje waar sommige bewoners veel gebruik van maken. Daarnaast zijn er altijd vrijwilligers en verpleegkundigen aanwezig die ondersteunen waar het kan en die hun best doen om het ieder naar de zin te maken.

Doodgaan als onderdeel van het leven

Wat in mijn beleving echt het verschil maakt, zijn twee dingen. Allereerst dat doodgaan er normaal is. Het wordt niet verzwegen, er mag over gepraat worden en veel mensen merken dan pas hoe het oplucht om daarover te praten. Ook over verdriet en angst, teleurstelling en boosheid, het hoort er allemaal bij en iedereen voelt het in meer of mindere mate. Het maakt alle verschil of het binnen in je blijft broeien of dat je het uitspreekt.

Kunnen kiezen

Het andere aspect dat het hospice zo bijzonder maakt is dat bewoners kunnen kiezen. Kiezen in wat ze willen eten, wie er op bezoek komt, hoe laat ze naar bed gaan. Maar ook dat ze toch nog willen trouwen, zo graag de diplomering van hun kind willen meemaken, nog een keer hun eigen zangkoor willen horen. Dan wordt het hospice een trouwzaal, een aula of een concertzaal. Vrijwilligers en verpleegkundigen gaan heel ver in het vervullen van die wensen en krijgen daar ook vaak hulp bij van de wensambulance. In mijn vorige dienst had een bewoonster kleine afscheidscadeautjes geknutseld voor haar dierbaren samen met een creatief begeleidster. Toen die dame was vertrokken realiseerde de bewoonster zich dat ze er een was vergeten te maken. Dan haal ik dus alles in het hospice naar boven waarmee geknutseld kan worden om te zorgen dat ze ook die laatste kan maken. De tevredenheid waarmee zij naar de doos met cadeautjes keek was onbetaalbaar.

Kiezen in de allerlaatste fase

Ook in de manier waarop iemand overlijdt, zijn keuzemogelijkheden voor wie dat wil. En voor wie zich wil overleveren aan God, Allah, de natuur of welke kracht dan ook, is er ook alle ruimte en wordt al het mogelijke gedaan om pijn te verlichten als die er is. Huisartsen spelen hier natuurlijk een belangrijke rol in en uiteraard alles binnen de grenzen van de wetten. Wetten die in ons land gelukkig veel mogelijk maken.

Bevoorrecht

Kijkend naar het hospice en de bewoners die ik allemaal al heb zien langskomen, voel ik dat die twee aspecten, doodgaan onderdeel van het leven maken en kunnen kiezen, het zo’n bijzondere plek maken. Doodgaan dat blijkt niet eng en afschrikwekkend te hoeven zijn, maar bijzonder, persoonlijk en geborgen kan worden. Mogen kiezen in een fase waarin mensen dachten alle regie te hebben verloren, dat geeft vrijheid. En het voelt bevoorrecht om daar wekelijks een bijdrage aan te leveren en onderdeel van te mogen zijn.